Op school hoor je geregeld dat je kind moeite heeft met rekenen. Hij zit inmiddels in groep 6 en gebruikt vaak zijn vingers bij het rekenen of draait de getallen nog steeds om…
Eenvoudige sommen als 9+4= of 8-3= kan hij met heel veel moeite uitrekenen. Of: wat is nu meer 54 of 45? Tja, hoofdbrekens voor je kind, hij kan er zelfs wakker van liggen.
Jaren geleden merkte je thuis al dat hij moeite had met tafel dekken, omdat er wel eens een mes ontbrak of een vork te veel op tafel lag.

Herkenbaar voor u?

Er zijn legio voorbeelden te noemen waaruit blijkt dat uw kind dyscalculie zou kunnen hebben. Of een ernstig rekenprobleem, want daar is wel sprake van als een kind van 10 jaar nog niet weet welk getal er na 39 komt of de helft van 24 niet kan uitrekenen.

1. Dyscalculie – symptomen?
• Een kind met dyscalculie heeft een zeer ernstig en bovenal
hardnekkig rekenprobleem.
• Al op jonge leeftijd heeft je kind moeite met rekentaal.
Denk aan: meer en minder, even lang, evenveel.
• Al op jonge leeftijd heeft het kind moeite met getallen en rekenen.
• Deze zwakke rekenaar heeft al op jonge leeftijd minimaal zes
maanden intensieve rekenbegeleiding gekregen van een
rekenspecialist. Ondanks deze professionele hulp ziet men weinig
tot geen vooruitgang. Er kan dan gesproken worden van een zekere
hardnekkigheid op rekengebied.
• Er is een groot verschil tussen de andere schoolvakken en het
rekenen.
• Er is een groot verschil met de leeftijdgenootjes.
• Er is geen verklaring voor de lage rekenprestaties, zoals een laag IQ,
een handicap of ziekte. De rekenontwikkeling van het kind wordt
belemmerd door het kind zelf, hoe naar dit ook klinkt.

De oorzaak van dyscalculie is nog niet helemaal bekend, wel weten we dat 2 tot 4% van de leerlingen dyscalculie heeft en dat is ongeveer evenveel als het aantal leerlingen met dyslexie. Gemiddeld is dit één kind per klas. Vaak is er sprake van comorbiditeit, dat betekent dat leerlingen zowel dyscalculie als dyslexie hebben.

Het vervelende van dyscalculie is dat het chronisch is, als je het hebt kom je er niet meer vanaf en er is geen geneesmiddel voor. Het zal altijd een probleem blijven.

2. Dyscalculie of ‘gewoon’ rekenproblemen?
Er zijn ook kinderen die een ernstig rekenprobleem hebben, waarvan de rekenontwikkeling niet wordt belemmerd door henzelf. Deze groep is nog veel groter dan de mensen met dyscalculie. De oorzaak van het rekenprobleem ligt meestal buiten de leerling, omdat hij geen goed rekenonderwijs heeft gehad. De leerkracht heeft onvoldoende rekening gehouden met wat het kind aankan. En als er eenmaal een achterstand ontstaat, dan is dat erg lastig om dit zonder extra hulp in te halen.
Een leerachterstand doet veel met een kind. Hij denkt dat hij niets meer kan, ontwikkelt op deze manier een rekenfaalangst en de motivatie om te blijven leren wordt steeds kleiner.
Als deze leerlingen de juiste rekenbegeleiding krijgen door een rekenspecialist, kunnen zij op den duur, afhankelijk van de achterstand, op het gewenste rekenniveau gaan presteren. Dit dus in tegenstelling tot kinderen met dyscalculie.

3. Dyscalculie – kenmerken
Hieronder worden kenmerken van zeer zwakke rekenaars beschreven.
• Je kind heeft weinig profijt van de rekeninstructie van zijn
leerkracht.
• Veel informatie slaat hij niet op, het gaat langs hem heen.
• Je kind heeft moeite met automatiseren, snel antwoord geven op
eenvoudige sommen lukt niet, de tafels kent hij niet uit zijn hoofd.
• Zijn korte termijn geheugen en werkgeheugen raken snel
overbelast. Dit herken je aan het feit dat hij samengestelde
opdrachten moeizaam uitvoert. Bv: haal de gele trui uit de
badkamer en leg deze beneden op de bank waar ik altijd zit.
• Hij weet niet zo goed hoe hij een som moet uitrekenen.

Hoe pak ik dit nu aan?
• Hij rekent op een langzaam tempo.
• Hij is onzeker, ontwikkelt faalangst.
• Hij heeft moeite om zich te concentreren.
• Hij raakt steeds minder gemotiveerd om te gaan rekenen of zelfs
om naar school te gaan.

Het is een misvatting om te denken: het komt vanzelf wel goed.
Ach, zodra hij in groep 4 of 5 of 6 of… zit dan trekt het wel weer bij. Niet dus. Het is erg belangrijk om een rekenprobleem zo vroeg mogelijk op te sporen, te onderkennen en te begeleiden. Dan kan erger voorkomen worden. Ik heb vaak genoeg meegemaakt dat leerlingen uit groep 7 sommen tot 20 niet uit konden rekenen of de tafels nog steeds niet kenden. Ondertussen ontwikkelen veel kinderen faalangst en zo wordt het rekenprobleem alleen maar groter.

Het rekenen zit verweven in ons dagelijks leven. Denk aan het op tijd komen, waarvoor je klok moet kunnen kijken. Of aan eten koken, waarbij je recepten moet kunnen lezen en de tijd in de gaten moet kunnen houden. Je moet ten slotte op tijd beginnen met het bereiden van de maaltijd om op tijd te kunnen eten. Uit onderzoek is gebleken dat mensen die veel moeite hebben met rekenen vaak in financiële problemen komen.
Kortom: het is niet onbelangrijk om goed te kunnen rekenen.

4. Dyscalculie en het Protocol ERWD
Sinds 2011 volgt iedere basisschool het protocol ERWD, dat in opdracht van het ministerie van OCW is opgesteld in het kader van het passend onderwijs.
In het Protocol Ernstige Reken-Wiskundeproblemen en Dyscalculie (ERWD) wordt beschreven wat het onderwijs kan doen aan het signaleren en begeleiden van leerlingen met ernstige reken-wiskundeproblemen en hoe er uiteindelijk geconstateerd kan worden of er sprake is van dyscalculie.

Het doel van dit protocol is:
• Het bieden van passend rekenonderwijs aan alle leerlingen,
dus ook aan zwakke rekenaars.
• Het bieden van handreikingen om zo rekenproblemen te
voorkomen.
• Het bieden van handreikingen om vroegtijdig te kunnen signaleren
en te verhelpen.
• Het verbeteren van de rekenexpertise van de leerkrachten.
• Ervoor zorgen dat alle leerlingen zich in het dagelijks leven kunnen
redden. Denk aan het kunnen klokkijken, recepten kunnen lezen,
met geld kunnen omgaan en het verschil weten tussen een meter en
een centimeter.
• Tip: Vraag eens op de basisschool van je kind hoe zij dit protocol
inzetten.

5. Dyscalculie – test
Wanneer kun je je kind laten testen als je een vermoeden hebt van dyscalculie?
Sinds kort is het mogelijk om snel meer inzicht te krijgen of je kind mogelijk dyscalculie heeft. Rekenspecialisten beschikken over een ‘dyscalculie screeningtest’, waarmee ze meestal binnen een uur kunnen vaststellen of je kind mogelijk dyscalculie heeft.
Er kan al getest worden vanaf groep 5.

Uit onderzoek is gebleken dat 80% van de vermoedens op dyscalculie worden bevestigd.
Er komen steeds meer rekenspecialisten op de basisscholen. Daarnaast is er ook een aantal remedial teachers met een eigen praktijk die kinderen kunnen screenen.

• Tip: Heb je echt het idee dat jouw kind dyscalculie zou kunnen
hebben? Vraag aan de rekenspecialist op school of ze je kind willen
screenen.

6. Dyscalculie – diagnose
De diagnose kan vastgesteld worden door een (ortho)pedagoog of psycholoog die hiervoor speciaal is bevoegd. Het onderzoek wordt uitgevoerd vanaf eind groep 5, begin groep 6.

Je kunt je kind verder laten onderzoeken als:
• Je kind drie maal achter elkaar een Cito E score heeft behaald.
• Je kind grote problemen heeft met automatiseren.
• Je kind ernstige achterstand heeft ten opzichte van zijn
leeftijdgenootjes.
• Je kind minimaal zes maanden intensieve en verantwoorde
rekenbegeleiding heeft gehad.

Wat wordt er onderzocht?
Om de diagnose dyscalculie te kunnen vaststellen voert de (ortho)pedagoog een aantal onderzoeken uit bij je kind en verzamelt hij informatie.
– Hij stelt de ernst van het probleem vast door de uitslagen van de
Citotoetsen uit het leerlingvolgsysteem en de methodegebonden
toetsen te bestuderen.
– Hij heeft een rekengesprek met je kind.
– Hij stelt het intelligentieniveau van je kind vast door middel van
een intelligentieonderzoek.
– Hij zal alle mogelijke oorzaken van het rekenprobleem uitsluiten.
Te denken valt aan ADHD, een werkgeheugenproblemen of
sociaal of emotionele problemen.
– Hij beoordeelt de hulp die al gegeven is aan je kind.
– Hij beoordeelt het rekenonderwijs dat je kind heeft gehad.
Zijn er misschien factoren geweest die van invloed zijn op de
rekenontwikkeling?

7. Dyscalculie – behandeling
Als de diagnose wordt gesteld, zal de (ortho)pedagoog een deskundigenrapport opstellen. In dit rapport staat:
• Op welke gebieden je kind problemen heeft en
• welke specialistische hulp nodig is en welke voorzieningen en
aanpassingen je kind nodig heeft.

De school kan deze verklaring dan gebruiken om je kind zo optimaal mogelijk te begeleiden.
Uit onderzoek is gebleken dat kinderen baat hebben bij extra leertijd. Voor kinderen met rekenproblemen is dit zeker zo. Je kunt op zoek gaan naar een gespecialiseerde remedial teacher. Zij zal een op maat gemaakt plan opstellen en dit samen met jullie gaan uitvoeren. Het is belangrijk dat je kind het gevoel krijgt dat hij van alle kanten wordt ondersteund en er dus niet alleen voor staat.

Bedenk goed dat leren rekenen erg moeilijk is en een groot doorzettingsvermogen vraagt van je kind. Na veel inspanningen worden er slechts kleine vorderingen gemaakt. Beloon vooral zijn inzet! En realiseer je wel dat als je niet oefent met rekenen dat de opgedane vaardigheden snel weer worden vergeten.
Dus oefenen is zeker zinvol!

Het blijft natuurlijk heel vervelend als je een ernstig rekenprobleem hebt, maar vergeet niet dat mensen dit op andere manieren weer compenseren. Zo blijkt dat mensen met dyscalculie erg creatief, inventief en artistiek zijn. En anderen blinken weer uit in sport.
Feit is dat je uiteindelijk een beroep kiest dat bij je past. Accountant zal hij vast niet worden, maar kunstschilder, zanger of misschien wel vertaler Chinees. Wie zal het zeggen?

8. Tips om je kind te helpen
Hieronder staat een aantal tips en ideeën om de rekenvaardigheden van je kind te trainen. Het is belangrijk om het leuk te maken en te houden. Als je kind gefrustreerd raakt, probeer dan uit te zoeken waarom dit zo is. Misschien kun je zijn frustratie wegnemen. Zo niet, stop dan gewoon. Misschien lukt het morgen beter.

• Ga niet te lang door met oefenen. Hou het leuk. Je kunt beter op het
hoogtepunt stoppen, zodat je kind gemotiveerd is om morgen weer
verder te gaan dan uren door blijven gaan omdat het zo goed gaat.
• Gebruik “loze” momenten. Bijvoorbeeld tijdens het autorijden of
wachten op de trein.
• Het oefenen van de tafels is vaak een heikel punt. Uit onderzoek is
gebleken dat bewegen en oefenen van de tafels zinvol is.
Ga lekker een blokje om en zeg de tafel van zes op.
Hou een zeker tempo aan en stop niet tijdens het nadenken.

9. En tot slot enkele rekentips en spelletjes:
• gewoon tellen
• begin te tellen vanaf een ander getal, start eens bij 27
• doortellen en de uitkomsten van een bepaalde tafel niet zeggen: 0,1, 2, 3 plof, 5, 6, 7, plof
• tel de lantaarnpalen
• mens erger je niet
• ganzenbord
• tafeldekken
• pizza/taart uitdelen
• darten
• Davinci code, rekenspelletje
• Bernini mysterie, rekenspelletje
• Regenwormen
• 7 ate 9
• memory
• memory met sommen. Zoek het antwoord bij de som
• monopoli
• yahtzee
• halligalli
In ieder geval, veel plezier met oefenen.
Petra Fränzel

Met dank aan http://wijzeroverdebasisschool.nl